Een alcohol heeft een hydroxylgroep gebonden aan een koolstofatoom dat alleen enkele bindingen heeft. De klasse van een alcohol is primair, secundair of tertiair, naargelang het koolstofatoom met de gebonden is aan één, twee of drie andere koolstofatomen. (Methanol, , waarvan het koolstofatoom aan geen enkel ander gebonden is, wordt bij de primaire alcoholen gerekend.)
Voorbeelden
Voorbeeld 33.5 (Ethylethanoaat)
Het oplosmiddel ethylethanoaat, , ruikt naar peerzuurtjes en nagellakremover. Het “zuurdeel”, , komt van ethaanzuur en geeft het tweede deel van de naam, ethanoaat; het “alcoholdeel”, , komt van ethanol en geeft het eerste deel, ethyl. Een later hoofdstuk laat zien hoe je een ester maakt uit zijn zuur en zijn alcohol.
Voorbeeld 33.10 (Vier namen)
is propaan-2-ol (een secundaire alcohol);
is butaan-2-on;
is butaanzuur;
is 3-methylbutanal.