Een vierhoek heeft vier hoekpunten en vier zijden. Hij is een:
- rechthoek als zijn vier hoeken rechte hoeken zijn;
- ruit als zijn vier zijden dezelfde lengte hebben;
- vierkant als hij beide is: vier rechte hoeken en vier gelijke zijden.
Voorbeelden
Voorbeeld 41.6 (Een figuur herkennen aan haar eigenschappen)
Een vierhoek heeft vier zijden van cm en één rechte hoek. Wat is het? Vier gelijke zijden maken er een ruit van. In een ruit zijn de hoeken die tegenover elkaar liggen gelijk, en samen zijn de vier hoeken ; één rechte hoek dwingt dan alle vier recht te zijn (dat wordt met parallellogrammen bewezen in Hoofdstuk 52). De figuur is dus een vierkant.
Voorbeeld 41.8
Een programma voor een vierkant met zijde cm:
- Teken een lijnstuk met cm.
- Teken de loodlijn op in ; zet daarop op cm van (kies één kant van de lijn en houd die aan).
- Teken de loodlijn op in ; zet daarop op cm van , aan dezelfde kant als .
- Verbind en .
Controleer met de lat: moet ook cm meten.