Wiskunde · Begrippenlijst

Wat is geassocieerde elementen?

Ook bekend als: irreducibel element · priemelement

Definitie 2.11 Universitaire wiskunde — Bachelor jaar 3 · Hoofdstuk 2 — Ringen en rekenkunde

Zij AA een integriteitsdomein en a,bAa, b \in A. We zeggen dat aa het element bb deelt (aba \mid b) als b(a)=aAb \in (a) = aA. Twee elementen a,ba, b heten geassocieerd als a=uba = ub met uA×u \in A^\times (gelijkwaardig: (a)=(b)(a) = (b)). Een p0p \neq 0 die geen eenheid is, heet:

  • irreducibel als p=abp = ab afdwingt dat aA×a \in A^\times of bA×b \in A^\times;
  • priem als pabp \mid ab afdwingt dat pap \mid a of pbp \mid b (dat wil zeggen: het ideaal (p)(p) is priem).

Voorbeelden

Voorbeeld 2.20 (Een ring zonder eenduidige ontbinding)

Geen van de implicaties euclidisch \Rightarrow hoofdideaaldomein \Rightarrow UFD is een gelijkwaardigheid, en het falen van de laatste is het waard om één keer helemaal uit te schrijven. In

A=Z[i5]={a+ib5:a,bZ},N(a+ib5)=a2+5b2,A = \Z[\iu\sqrt5] = \{a + \iu b\sqrt5 : a, b \in \Z\}, \qquad N(a + \iu b\sqrt5) = a^2 + 5b^2,

is de norm multiplicatief en geldt N(z)=1N(z) = 1 precies wanneer zA×={±1}z \in A^\times = \{\pm1\}. Beschouw

6=23=(1+i5)(1i5).6 = 2 \cdot 3 = (1 + \iu\sqrt5)(1 - \iu\sqrt5).

Alle vier de factoren zijn irreducibel: hun normen zijn 4,9,6,64, 9, 6, 6, en een echte ontbinding z=z1z2z = z_1z_2 zou N(z1){2,3}N(z_1) \in \{2, 3\} afdwingen — maar a2+5b2a^2 + 5b^2 is nooit 22 of 33 (b=0b = 0 laat de niet-kwadraten 2,32, 3 over; b1\abs b \geq 1 geeft 5\geq 5). En toch is 22 met geen van beide 1±i51 \pm \iu\sqrt5 geassocieerd (normen 464 \neq 6): twee werkelijk verschillende ontbindingen van 66 in irreducibele factoren. Gelijkwaardig: hier is irreducibel \neq priem, want 22 deelt het product (1+i5)(1i5)=6(1 + \iu\sqrt5)(1 - \iu\sqrt5) = 6 maar geen van beide factoren (opnieuw de normen). De ideaaltheoretische reparatie van dit falen — idealen ontbinden in plaats van elementen — is de geboorte van de algebraïsche getaltheorie; op ons niveau ijkt het voorbeeld hoe bijzonder de euclidische ringen Z\Z, K[X]K[X] en Z[i]\Z[\iu] van dit hoofdstuk werkelijk zijn.

Voorbeeld 2.26

XnpX^n - p is irreducibel over Q\Q voor elk priemgetal pp en elke n1n \geq 1 (Eisenstein bij pp): er zijn dus over Q\Q irreducibele veeltermen van elke graad — in scherp contrast met C\C (graad 11, d’Alembert–Gauss, bewezen in Hoofdstuk 16) en R\R (graden 11 en 22). De truc van het verschuiven vergroot het bereik van Eisenstein: de pp-de cyclotomische veelterm Φp=Xp1++X+1=Xp1X1\Phi_p = X^{p-1} + \dots + X + 1 = \frac{X^p - 1}{X - 1} voldoet aan

Φp(X+1)=(X+1)p1X=Xp1+(p1)Xp2++(pp1),\Phi_p(X + 1) = \frac{(X+1)^p - 1}{X} = X^{p-1} + \binom{p}{1}X^{p-2} + \dots + \binom{p}{p-1},

en dat is Eisenstein bij pp (p(pk)p \mid \binom pk voor 0<k<p0 < k < p, en (pp1)=p≢0modp2\binom{p}{p-1} = p \not\equiv 0 \bmod p^2): dus is Φp(X+1)\Phi_p(X+1), en daarmee Φp\Phi_p, irreducibel over Q\Q. Dit is het algebraïsche hart van het verhaal over de regelmatige 1717-hoek in Hoofdstuk 4.

Lees in het hoofdstuk →