Natuurkunde · Begrippenlijst

Wat is Vermogen en arbeid van een kracht?

Definitie 13.1 Universitaire natuurkunde — jaar 1 · Hoofdstuk 13 — Arbeid, energie en potentiële energie

Het vermogen van een kracht F\vect F die op een punt werkt dat met snelheid v\vect v beweegt, is

P=Fv(watt),\mathcal P = \vect F\cdot\vect v \qquad (\text{watt}),

en haar arbeid tussen de tijdstippen t1t_1 en t2t_2 (posities AA en BB) is het opgehoopte vermogen,

WAB=t1t2Fv ⁣dt=ABF ⁣d(joule),W_{A\to B} = \int_{t_1}^{t_2}\vect F\cdot\vect v\,\dd t = \int_A^B \vect F\cdot\dd\vect\ell \qquad (\text{joule}),

de som van de elementaire arbeidsbijdragen δW=F ⁣d\delta W = \vect F\cdot\dd\vect\ell langs de elementaire verplaatsingen  ⁣d=v ⁣dt\dd\vect\ell = \vect v\,\dd t van de baan. De arbeid is positief als de kracht met de beweging mee duwt (drijvend), negatief als zij tegenwerkt (remmend), en nul als zij er loodrecht op staat.

De elementaire arbeid van een kracht langs een kleine verplaatsing van haar aangrijpingspunt: alleen de component van F langs de beweging verricht arbeid. Opgeteld langs de weg van A naar B geeft dat W_A B.
De elementaire arbeid van een kracht langs een kleine verplaatsing van haar aangrijpingspunt: alleen de component van F\vect F langs de beweging verricht arbeid. Opgeteld langs de weg van AA naar BB geeft dat WABW_{A\to B}.

Voorbeelden

Voorbeeld 13.10 (De snelheidswet van de looping)

Op de wrijvingsloze looping van Probleem 11.1 staat de normaalkracht van de baan loodrecht op de beweging en verricht geen arbeid: EmE_m blijft behouden. Met z=R(1cosθ)z = R(1 - \cos\theta) boven de onderkant geldt 12mv2+mgR(1cosθ)=12mv02\tfrac12 mv^2 + mgR(1 - \cos\theta) = \tfrac12 mv_0^2: de snelheidswet v2=v022gR(1cosθ)v^2 = v_0^2 - 2gR(1 - \cos\theta) die daar werd gebruikt, nu in één regel afgeleid. De kleinste inrijsnelheid 5gR\sqrt{5gR} volgt dan uit de voorwaarde bovenin, v2gRv^2 \geq gR, uit Voorbeeld 12.16.

Lees in het hoofdstuk →