全部书籍

专业

应用 关于 Coach 登录 开始阅读

书籍暂未推出简体中文版——当前显示 Nederlands 版。

Wiskunde · 术语表

什么是 compacte metrische ruimte?

Definitie 4.15 Universitaire wiskunde — Bachelor jaar 2 · 第 4 章 — Topologie van metrische ruimten

Een metrische ruimte XX heet compact wanneer elke rij in XX een deelrij heeft die in XX convergeert (de eigenschap van Bolzano–Weierstrass). Een deelverzameling heet compact wanneer zij dat is met de geïnduceerde afstand.

De eerste stadia van de cantorverzameling (): elk niveau verwijdert het open middelste derde van elk segment. De doorsnede C = _n C_n is compact, heeft leeg inwendige en lengte nul, en is toch gelijkmachtig met ℝ — en zij keert terug als vast punt van een contractie op verzamelingen in de weekendopgave van dit hoofdstuk (vraag 22).
De eerste stadia van de cantorverzameling (Oefening 4.8): elk niveau verwijdert het open middelste derde van elk segment. De doorsnede C=⋂nCnC = \bigcap_n C_n is compact, heeft leeg inwendige en lengte nul, en is toch gelijkmachtig met R\R — en zij keert terug als vast punt van een contractie op verzamelingen in de weekendopgave van dit hoofdstuk (vraag 22).

示例

Voorbeeld 4.17 (De stelling van Heine, met en zonder compactheid)

Op [0, 1]\intcc{0}{1} is de functie x↦x2x \mapsto x^2 uniform continu — Heine zegt dat zonder enige berekening, maar de rechtstreekse schatting is leerzaam:

∣x2−y2∣=∣x+y∣ ∣x−y∣≤2∣x−y∣,\abs{x^2 - y^2} = \abs{x + y}\,\abs{x - y} \leq 2\abs{x - y},

dus voldoet δ=ε/2\delta = \varepsilon/2 voor alle punten tegelijk. Op R\R is dezelfde functie niet uniform continu: met xn=nx_n = n en yn=n+1ny_n = n + \frac1n gaat de kloof ∣xn−yn∣=1n→0\abs{x_n - y_n} = \frac1n \to 0 terwijl ∣xn2−yn2∣=2+1n2≥2\abs{x_n^2 - y_n^2} = 2 + \frac1{n^2} \geq 2: geen enkele δ\delta bedient ε=1\varepsilon = 1. Het mechanisme is zichtbaar: de lokale Lipschitz-constante ∣x+y∣\abs{x + y} is begrensd op een compacte verzameling en onbegrensd op R\R — de stelling van Heine zegt precies dat compactheid zulke lokale constanten uniform aftopt.

Voorbeeld 4.19 (Afstanden tussen verzamelingen: compactheid verdient haar loon)

Zij KK compact en FF gesloten met K∩F=∅K \cap F = \emptyset in een metrische ruimte. Dan is

d(K,F)=inf⁡ {d(x,y):x∈K, y∈F}>0:d(K, F) = \inf\,\{d(x, y) : x \in K,\ y \in F\} > 0 :

de functie x↦d(x,F)x \mapsto d(x, F) is continu (Oefening 4.11) en positief op KK (uit d(x,F)=0d(x, F) = 0 zou x∈F‾=Fx \in \overline F = F volgen), dus neemt zij op de compacte KK een positief minimum aan (Stelling 4.16 (3)). De compactheid is geen versiering: voor twee gesloten verzamelingen kan het infimum nul zijn zonder te worden aangenomen — in R2\R^2 zijn de hyperbool F1={xy=1}F_1 = \{xy = 1\} en de as F2={y=0}F_2 = \{y = 0\} disjuncte gesloten verzamelingen met d(F1,F2)=0d(F_1, F_2) = 0 (de punten (n,1n)(n, \frac1n) naderen de as). Ontsnappen naar oneindig is precies wat compactheid verbiedt.

Voorbeeld 4.21 (Een ε\varepsilon-net, geteld)

De totale begrensdheid (uit het bewijs van Stelling 4.20) is op [0, 1]\intcc{0}{1} heel concreet: voor ε>0\varepsilon > 0 overdekken de ⌈12ε⌉\lceil \frac{1}{2\varepsilon}\rceil bollen met straal ε\varepsilon rond ε,3ε,5ε,…\varepsilon, 3\varepsilon, 5\varepsilon, \dots het interval — ongeveer 12ε\frac1{2\varepsilon} bollen, en geen enkele overdekking kan het met minder dan 12ε\frac{1}{2\varepsilon} ervan af (elke bol dekt hoogstens lengte 2ε2\varepsilon). In [0, 1]2\intcc01^2 wordt de telling gekwadrateerd tot de orde ε−2\varepsilon^{-2}: overdekkingsgetallen groeien als ε−d\varepsilon^{-d} in dimensie dd — een kwantitatief gezicht van compactheid, en de reden dat de oneindigdimensionale eenheidsbollen van Hoofdstuk 5 (waar helemaal geen eindig 13\frac13-net bestaat) niet compact kunnen zijn.

在原文中阅读 →