Vetzuren worden in het cytosol gemaakt uit acetyl-CoA dat uit het mitochondrion is uitgevoerd. Het acetyl-CoA-carboxylase, de geregelde stap, carboxyleert het (één ATP) tot malonyl-CoA; het vetzuursynthase voegt daarna telkens twee koolstoffen uit malonyl-CoA aan een groeiende keten toe en reduceert elke toevoeging met twee NADPH, tot palmitaat (C16) wordt vrijgegeven: 8 acetyl-CoA, 7 ATP en 14 NADPH per palmitaat. Verlenging en ontverzadiging in het endoplasmatisch reticulum maken de overige zuren; verestering met glycerol-3-fosfaat (uit triosefosfaat) maakt triglyceriden. De route is niet de omgekeerde -oxidatie: andere enzymen, een ander compartiment, malonyl-CoA in plaats van acetyl-CoA, NADPH in plaats van en NADH — en malonyl-CoA blokkeert het transport van vetzuren het mitochondrion in, zodat een cel niet tegelijk vet maakt en verbrandt.
Voorbeelden
Voorbeeld 16.8 (Vet uit suiker)
Een lever die meer glucose krijgt dan zij als glycogeen kan opslaan maakt vet: glucose naar pyruvaat naar acetyl-CoA (waarbij een derde van de koolstof als verloren gaat en er ATP wordt gewonnen), acetyl-CoA naar palmitaat ten koste van dat ATP en van NADPH uit de pentosefosfaatroute, palmitaat naar triglyceride dat naar het vetweefsel wordt verscheept. Zo’n van de energie van de suiker gaat bij de omzetting verloren; de rest wordt negen keer compacter opgeslagen dan glycogeen (Hoofdstuk 9). Het omgekeerde — vet naar suiker — is onmogelijk.