Lipiden zijn de biologische moleculen die niet door een gemeenschappelijke bouw maar door een gemeenschappelijke eigenschap worden omschreven: zij zijn onoplosbaar in water en oplosbaar in apolaire oplosmiddelen. De meeste zijn op vetzuren gebouwd: carbonzuren met een onvertakte koolwaterstofketen van koolstoffen, vrijwel altijd een even aantal (zij worden telkens twee koolstoffen tegelijk opgebouwd, Hoofdstuk 16). Een verzadigd vetzuur heeft alleen enkelvoudige bindingen en een rechte, buigzame keten; een onverzadigd vetzuur heeft een of meer dubbele bindingen, in de cis-stand, die elk een stijve knik van ongeveer in de keten leggen. Notatie: C18:1 is een zuur met 18 koolstoffen en één dubbele binding na koolstof 9 (oliezuur); een omega-3-zuur heeft zijn laatste dubbele binding drie koolstoffen van het methyluiteinde.
Voorbeelden
Voorbeeld 9.9 (Galzouten)
Voedingsvet komt als olie in de darm aan; het lipase dat het verteert werkt alleen op het grensvlak van olie en water. Galzouten, amfifiele afgeleiden van cholesterol, bekleden het vet tot druppels van een micrometer, waarmee zij het grensvlak duizendvoudig vergroten, en vervoeren daarna de vrijgekomen vetzuren, in micellen, naar de opnemende cellen (Hoofdstuk 22). Zeep gebruikt dezelfde truc.