De menselijke voedselproductie beheert levende wezens op twee verdiepingen van de materiekringloop:
- de akkerbouw: producenten beheren — tarwe, aardappelen, groente, fruit — om hun organische materie (Propositie 40.3);
- de veehouderij: consumenten beheren — runderen, schapen, varkens, kippen — om hun materieproductie (Definitie 41.4): melk, vlees, eieren, wol.
Boeren beheren de omstandigheden die dit boek steeds tegenkomt: bodemmineralen voor de gewassen (Opmerking 22.5), voer voor de dieren — de hele boekhouding van Probleem 41.1, met opzet gevoerd.
Voorbeelden
Voorbeeld 43.2 (Wat een tarweakker is)
Een tarweakker is een beheerde omgeving (Propositie 35.1) die op één producent is afgestemd: de bodem aangevuld en losgemaakt voor haar wortels, het zaaien afgestemd op de warmte uit Propositie 9.5, onkruid — rivaliserende kolonisten uit Hoofdstuk 39 — buiten gehouden. De oogst is de zaadvoorraad van de plant: graan, de lunchpakketten van een miljoen tarweplanten die nooit gezaaid zullen worden, omgeleid naar bakkerijen.