Biologie basisschool en onderbouw · Grades 1–9
11Waar dieren wonen
Je komt geen forel tegen op het schoolplein, en geen eekhoorn op de bodem van de vijver. Elk dier woont op het soort plek dat bij hem past — waar hij zijn voedsel, zijn schuilplaats en zijn buren vindt. Biologen hebben een naam voor het thuisgebied van een dier.
11.1 Leefgebieden
Definitie 11.1 (Leefgebied)
Het leefgebied van een dier is het soort plek waar het van nature woont en alles vindt wat het nodig heeft: voedsel, water, schuilplaats en een veilig plekje voor zijn jongen. De vijver, het bos, de wei, de heg en het strand zijn leefgebieden.
Voorbeeld 11.2 (Vier leefgebieden, vier buurten)
In de vijver: kikkers, libellen, stekelbaarsjes, poelslakken. In het bos: eekhoorns, herten, spechten, bosmieren. In de wei: konijnen, sprinkhanen, vlinders, veldmuizen. Onder de stenen van een oude muur: pissebedden, spinnen, en soms een hagedis die er bovenop ligt te zonnen.
Opmerking 11.3 (Eén leefgebied, veel woningen)
Een leefgebied heeft veel hoekjes. In hetzelfde bos woont de specht hoog op de stammen, de eekhoorn in de takken, het hert tussen de struiken, en de bosmieren op de grond in hun opgehoopte nest. Hetzelfde bos, verschillende verdiepingen — zo kunnen veel dieren één leefgebied delen zonder dat het te vol wordt.
11.2 Passend bij het leefgebied
Propositie 11.4 (Dieren passen bij hun leefgebied)
Het lichaam en de gewoonten van een dier passen bij de plek waar het woont:
- de zwemvliezen van de kikker duwen het water weg — gemaakt voor de vijver;
- de grijpende klauwen en de grote balanceerstaart van de eekhoorn zijn gemaakt voor bomen;
- de gravende poten en de lange waarschuwingsoren van het konijn zijn gemaakt voor de open wei met holen eronder;
- de veren van de eend laten het water aflopen, en zijn zwemvliezen peddelen.
In het verkeerde leefgebied verliest een dier al deze voordelen.
Bewijs. Op dit niveau zonder bewijs aangenomen. ∎
Voorbeeld 11.5 (De uitrusting van de mol)
De mol woont ondergronds, in gangen die hij onder de wei graaft. Zijn handen zijn brede graafschoppen, zijn vacht ligt in beide richtingen glad zodat de aarde hem nooit in de war maakt, en zijn zwakke ogen doen er in het donker nauwelijks toe. Boven de grond is hij onhandig; in zijn eigen leefgebied is hij een kampioen.
Methode 11.6 (Een dier bij zijn leefgebied zoeken)
Bij een onbekend dier:
- kijk naar zijn uitrusting: zwemvliezen? klauwen? vleugels? graafpoten?
- vraag wat het eet, en waar dat voedsel te vinden is;
- vraag waar het kan schuilen en jongen kan grootbrengen;
- het leefgebied dat op alle drie antwoord geeft, is waarschijnlijk zijn thuis.
11.3 Leefgebieden kunnen verdwijnen
Propositie 11.7 (Geen leefgebied, geen bewoners)
Een dier kan niet leven zonder zijn leefgebied. Als een vijver gedempt wordt, verdwijnen zijn kikkers en libellen ermee; als een heg wordt uitgerukt, raken de vogels die er nestelden hun schuilplaats kwijt. Dieren beschermen begint bij het beschermen van de plekken waar ze wonen.
Bewijs. Op dit niveau zonder bewijs aangenomen. ∎
Voorbeeld 11.8 (De schoolvijver)
Een school graaft een vijvertje in een hoek van het plein. Binnen twee jaar patrouilleren er libellen, lopen er schaatsenrijders op het water en hebben kikkers er hun intrek genomen — niemand heeft ze gebracht. Maak het leefgebied, en de bewoners vinden het.
Opmerking 11.9 (Kijken zonder te storen)
Als we een leefgebied bezoeken, zijn we gasten. Kijk stil toe, leg stenen terug zoals je ze vond, laat eieren en nesten met rust, en neem je afval mee naar huis — het leefgebied hoort te vergeten dat je er geweest bent. De volgende hoofdstukken geven meer manieren om voor de natuur te zorgen.
11.4 Oefeningen
Oefening 11.1 ★
Wat is een leefgebied? Noem de vier dingen die een dier erin vindt.
Oplossing
Oplossing van Oefening 11.1.
Het soort plek waar een dier van nature woont. Het vindt er zijn voedsel, water, schuilplaats en een veilig plekje voor zijn jongen.
Oefening 11.2 ★
Geef twee dieren van de vijver, twee van het bos en twee van de wei.
Oplossing
Oplossing van Oefening 11.2.
Vijver: kikker, libel (of stekelbaars, poelslak). Bos: eekhoorn, specht (of hert, bosmier). Wei: konijn, sprinkhaan (of vlinder, veldmuis).
Oefening 11.3 ★
Welk leefgebied past bij elk dier: de stekelbaars, de specht, de sprinkhaan, de pissebed?
Oplossing
Oplossing van Oefening 11.3.
Stekelbaars: de vijver. Specht: het bos. Sprinkhaan: de wei. Pissebed: onder de stenen van een oude muur (vochtige verborgen hoekjes).
Oefening 11.4 ★
Wat is de zwemuitrusting van de kikker? En de klimuitrusting van de eekhoorn?
Oplossing
Oplossing van Oefening 11.4.
De kikker: zwemvliezen die het water wegduwen. De eekhoorn: grijpende klauwen en een grote balanceerstaart.
Oefening 11.5 ★
Noem de drie stukken ondergrondse uitrusting van de mol uit Voorbeeld 11.5.
Oefening 11.6 ★
Welke “verdieping” van het bos gebruikt elk dier in Opmerking 11.3: specht, eekhoorn, hert, bosmier?
Oplossing
Oplossing van Oefening 11.6.
Specht: hoog op de stammen. Eekhoorn: in de takken. Hert: tussen de struiken. Bosmier: op de grond, in zijn opgehoopte nest.
Oefening 11.7 ★
Wat gebeurt er met de kikkers en libellen als een vijver gedempt wordt? Wat leert dat over het beschermen van dieren?
Oplossing
Oplossing van Oefening 11.7.
Ze verdwijnen met de vijver — zonder het leefgebied verliezen ze in één klap voedsel, schuilplaats en voortplantingsplek. Dieren beschermen begint dus bij het beschermen van de plekken waar ze wonen.
Oefening 11.8 ★
Probeer het: kies één klein leefgebied bij jou in de buurt — onder een steen, een struik, een bloemperk. Kijk stil toe en noteer elk dier dat je in een vaste tijd ziet. Leg elke steen terug. Hoeveel bewoners had jouw kleine leefgebied?
Oplossing
Oplossing van Oefening 11.8.
Open antwoord. Zelfs onder één omgedraaide steen zitten vaak pissebedden, mieren, een kever, soms een duizendpoot — kleine leefgebieden zijn verrassend vol.
Oefening 11.9 ★★
Een raadseldier heeft zwemvliezen, dichte veren die het water laten aflopen, en een platte snavel om mee te zeven. Gebruik Methode 11.6 om zijn leefgebied te noemen — en misschien ook het dier.
Oefening 11.10 ★★
Tom wil een kikker “helpen” door hem mee naar huis te nemen naar een droog terrarium met volop voedsel. Leg met Propositie 11.4 en Propositie 11.7 uit waarom dat de kikker helemaal niet zou helpen.
Oplossing
Oplossing van Oefening 11.10.
De uitrusting van de kikker — zwemvliezen, een vochtige huid, een lichaam gemaakt voor water en natte oevers — is nutteloos in een droge bak, en zijn leefgebied gaf hem meer dan voedsel: water voor zijn huid en zijn eitjes, schuilplaatsen, andere kikkers. Vriendelijk zijn voor een wild dier is het in zijn leefgebied laten — of het daarheen terugbrengen.