Wiskunde bovenbouw · Grades 10–12
4Referentiefuncties
Een handvol eenvoudige functies — de affiene, het kwadraat, het omgekeerde, de vierkantswortel, de derde macht — duikt overal op, alleen of gecombineerd. Wie hun grafieken en hun verloop uit het hoofd kent, herleidt veel vraagstukken tot een snelle schets. Dit hoofdstuk bestudeert ze een voor een en bewijst hun verloop met de vergelijkingstechniek van Hoofdstuk 3.
4.1 Affiene functies
Definitie 4.1 (Affiene functie)
Een affiene functie is een functie van de vorm
waarbij en vaste reële getallen zijn. Haar grafiek is een rechte: is de richtingscoëfficiënt en de -afsnede (de rechte snijdt de verticale as in ). Is , dan heet de functie lineair: drukt evenredigheid uit.
Propositie 4.2 (Richtingscoëfficiënt en verloop)
Zij .
- Voor elke twee verschillende invoeren geldt (de richtingscoëfficiënt is de verandering van de uitvoer per eenheid verandering van de invoer).
- Is , dan is strikt stijgend op ; is , dan strikt dalend; is , dan constant.
Bewijs. 1. Bereken , en deel daarna door .
2. Is , dan heeft het teken van , want : een positieve geeft (stijgend), een negatieve geeft (dalend). ∎
Voorbeeld 4.3
Zoek de affiene functie waarvan de grafiek door en gaat. De richtingscoëfficiënt is
Dan is , en geeft , dus : . Controle met : .
4.2 De kwadraatfunctie
Propositie 4.4 (Kwadraatfunctie)
De functie , gedefinieerd op :
Bewijs. 1. Zij . Dan is
want en : is strikt stijgend op . Is , dan is maar , dus : strikt dalend. Ten slotte is voor alle .
2. ; dus liggen de punten en , elkaars spiegelbeeld om de verticale as, allebei op de grafiek. ∎
Opmerking 4.5 (Kwadraten en orde)
Doordat de kwadraatfunctie aan de negatieve kant daalt, keert kwadrateren de orde van negatieve getallen om: maar . Kwadrateer beide leden van een ongelijkheid dus nooit zonder de tekens na te gaan.
4.3 De omgekeerde functie
Propositie 4.6 (Omgekeerde functie)
De functie , gedefinieerd voor :
Bewijs. 1. Zij . Dan is
want en : strikt dalend op . Op heeft hetzelfde quotiënt opnieuw en (product van twee negatieve getallen), dus daalt ook daar.
2. . ∎
Opmerking 4.7
Opgelet: is niet dalend op haar hele domein. Van naar springt de waarde van omhoog naar . De twee takken moeten apart bestudeerd worden.
4.4 Vierkantswortel en derde macht
Propositie 4.8 (Vierkantswortelfunctie)
Bewijs. Zij . Vermenigvuldig en deel door de toegevoegde uitdrukking:
want en (merk op dat , dus ). ∎
Propositie 4.9 (Derdemachtsfunctie)
De functie , gedefinieerd op , is strikt stijgend, en haar grafiek is symmetrisch om de oorsprong.
Bewijs. Op dit niveau zonder bewijs aangenomen. ∎
Propositie 4.10 (, en vergeleken)
Voor : . Voor : . In en zijn de drie waarden gelijk.
Bewijs. Stel . Vermenigvuldigen van met geeft . Vervolgens : omdat beide leden positief zijn en kwadrateren stijgend is op de positieve getallen, is die ongelijkheid gelijkwaardig met , wat we net bewezen. Voor geeft vermenigvuldigd met dat , en volgt met hetzelfde kwadrateerargument. ∎
Methode 4.11 (Beelden vergelijken)
Om en te vergelijken voor een referentiefunctie :
- plaats en op een interval waar het verloop van bekend is;
- stijgt daar, dan staan de beelden in dezelfde volgorde als de invoeren; daalt , dan is de volgorde omgekeerd;
- liggen en niet in hetzelfde interval van monotonie, regel dan eerst de tekens (bijvoorbeeld bij het kwadraat: een negatieve en een positieve invoer).
Voorbeeld 4.12
Vergelijk en : beide invoeren liggen in , waar de omgekeerde functie daalt, en , dus . Vergelijk en : op daalt het kwadraat, en , dus — en inderdaad is .
4.5 Oefeningen
Oefening 4.1 ★
Geef voor elke affiene functie de richtingscoëfficiënt en de -afsnede, en zeg of ze stijgend of dalend is:
Oplossing
Oplossing van Oefening 4.1.
: richtingscoëfficiënt , -afsnede , stijgend. : richtingscoëfficiënt , -afsnede , dalend. : richtingscoëfficiënt , -afsnede , constant. : richtingscoëfficiënt , -afsnede , dalend (en lineair).
Oefening 4.2 ★
Zoek de affiene functie waarvan de grafiek door en gaat; en daarna die door en .
Oplossing
Oplossing van Oefening 4.2.
Door en : richtingscoëfficiënt ; daarna geeft dat : .
Door en : richtingscoëfficiënt ; daarna geeft dat : .
Oefening 4.3 ★
Vergelijk zonder rekenmachine:
Oplossing
Oplossing van Oefening 4.3.
: het kwadraat stijgt op de positieve getallen.
: het kwadraat daalt op de negatieve getallen en .
: het omgekeerde daalt op de positieve getallen.
: de vierkantswortel stijgt.
Oefening 4.4 ★
Los met de grafiek van de kwadraatfunctie op, daarna , en ten slotte .
Oplossing
Oplossing van Oefening 4.4.
: twee oplossingen, en (de horizontale rechte snijdt de parabool twee keer).
: de parabool ligt tussen de twee snijpunten onder de rechte: .
: de parabool ligt buiten strikt boven : .
Oefening 4.5 ★
Zij . Rangschik de getallen , , en van klein naar groot, en toets je antwoord met .
Oplossing
Oplossing van Oefening 4.5.
Voor geeft herhaaldelijk met vermenigvuldigen dat , en Propositie 4.10 geeft , dus
Controle met : , , , .
Oefening 4.6 ★★
Los grafisch en daarna algebraïsch op: , en voor . Wat verandert er als je ook toelaat?
Oplossing
Oplossing van Oefening 4.6.
heeft de enige oplossing (de hyperbool ontmoet de horizontale rechte één keer, op de positieve tak).
Voor : . Vermenigvuldigen met geeft , dus : oplossingsverzameling .
Laat je ook toe, dan voldoet elke negatieve aan , zodat de volledige oplossingsverzameling is.
Oefening 4.7 ★★
Klem in, wetend dat de kwadraatfunctie daalt op en stijgt op , wanneer:
(Let op in geval (c): het minimum van ligt niet in een randpunt.)
Oefening 4.8 ★★
Een taxibedrijf rekent een vast bedrag van plus per kilometer; een ander rekent niets vast en per kilometer. Beschrijf elke prijs met een affiene functie van de afstand , teken beide rechten, en zoek vanaf welke afstand het eerste bedrijf goedkoper is.
Oplossing
Oplossing van Oefening 4.8.
Eerste bedrijf: ; tweede: . Het eerste is goedkoper wanneer
Voorbij km is het eerste bedrijf goedkoper; op precies km rekenen beide .
Oefening 4.9 ★★
Toon aan dat voor alle geldt: . (Tip: beide leden zijn niet-negatief, vergelijk dus hun kwadraten.) Wanneer is er gelijkheid?
Oplossing
Oplossing van Oefening 4.9.
Beide leden zijn niet-negatief, dus is de ongelijkheid gelijkwaardig met die tussen hun kwadraten:
Omdat , is het tweede kwadraat minstens het eerste, wat bewijst. Gelijkheid treedt precies op wanneer , dus wanneer of .
Oefening 4.10 ★★★
Zij , gedefinieerd voor .
- Toon aan dat voor alle .
- Leid het verloop van op af uit dat van de omgekeerde functie.
4.6 Opgave: de natuurwetten spreken in referentiefuncties
Probleem 4.1
Weekendopgave — remafstanden groeien als , hefbomen gehoorzamen aan , planeten volgen : natuurkunde lezen met de referentiefuncties
Sla een natuurkundeboek open en op elke bladzijde duiken dezelfde paar grafieken op: de parabool, de hyperbool, de wortelkromme. De natuur schrijft haar wetten met de referentiefuncties van dit hoofdstuk — en hun vormen kennen (Propositie 4.4, Propositie 4.6, Propositie 4.8, Propositie 4.9) volstaat om een auto af te remmen, een hefboom in evenwicht te brengen en de planeten te klokken. Het slotstuk is de derde wet van Kepler, rechtstreeks van de gegevens van het zonnestelsel afgelezen.
Deel I — De kwadratische wet van het remmen. Een vuistregel voor de remafstand van een auto op een droge weg: meter, bij een snelheid km/u.
- Bereken de remafstanden bij , , en km/u.
- Met hoeveel wordt de remafstand vermenigvuldigd als je de snelheid verdubbelt? Verklaar het uit het schaalgedrag van de kwadraatfunctie, en ga het na op km/u.
- Forensisch onderzoek: de remsporen meten m. Van welke snelheid beschuldigt de formule de bestuurder (op de km/u nauwkeurig)? Welke referentiefunctie gaf het antwoord — en op welk domein is de aflezing ondubbelzinnig (Propositie 4.8)?
- Vergelijk de extra afstand die één km/u meer kost, bij lage en bij hoge snelheid: bereken en . Welke eigenschap van de parabool (Propositie 4.4) illustreren de twee antwoorden?
- Echt stoppen vraagt ook reactietijd — ongeveer één seconde, waarin de auto meter aflegt: . Bereken en . Welke van de twee termen — de affiene of de kwadratische — overheerst bij stadssnelheid, en welke op de snelweg?
Deel II — De hyperbolen van het dagelijks leven.
- Een hefboom is in evenwicht wanneer kracht afstand aan beide kanten gelijk is. Een kind van kg zit op m van het draaipunt; de kracht die aan de andere kant op afstand evenwicht maakt, is (in kilogramequivalenten). Bereken , , .
- Wat zegt het verloop van de omgekeerde functie (Propositie 4.6) over hefbomen — en waarom schuilt de grootspraak van Archimedes (“geef mij een steunpunt en ik verplaats de Aarde”) in de staart van de hyperbool? Wat verbiedt ?
- Geluid en licht doven uit met het kwadraat van de afstand: op m van een lamp is de intensiteit eenheden; geef ze op , en m. Verklaar de exponent met een bol: over welke oppervlakte heeft het licht zich op afstand verspreid (de weekendopgave over de grafsteen van Archimedes in het onderbouwvolume)?
- Een bus voor de schoolreis kost euro, gelijk verdeeld over deelnemers. Zet de kostprijs per hoofd in een tabel voor , zoek hoeveel deelnemers ze op euro of minder brengen, en zeg wat de vorm van de hyperbool belooft — en weigert — naarmate groeit.
- affiches drukken kost euro ( euro opstartkosten). Toon aan dat de gemiddelde kostprijs per affiche is, beschrijf het verloop ervan, en duid de horizontale asymptoot economisch. (Vergelijk met de algebra van Oefening 4.10.)
Deel III — De harmonie van Kepler. Noteer voor elke planeet voor haar gemiddelde afstand tot de Zon (in astronomische eenheden, Aarde ) en voor haar omlooptijd (in jaren). Gegevens: Mars , ; Jupiter , ; Saturnus , .
- Bereken en voor de Aarde, Mars en Jupiter. Wat merkte Kepler in 1618 op?
- Formuleer de wet als een functie: . Toets ze op Saturnus.
- Twee voorspellingen: een planetoïde draait op AE — zoek haar omlooptijd (de getallen komen mooi uit); een komeet keert elke jaar terug — zoek haar gemiddelde afstand (zoek een volkomen derde macht).
- Welke drie referentiefuncties vlecht de wet samen? En haar schaalregel: wat gebeurt er met als met vermenigvuldigd wordt? (Ga het na met de planetoïde tegenover de Aarde.)
- Kepler las deze wet af in de gegevens van Tycho Brahe, zeventig jaar vóór de gravitatie van Newton haar verklaarde. In één zin: wat zegt die episode over de kracht van het herkennen van een referentiefunctie in een tabel met getallen?
Deel IV — De schildpad en de haas.
- Rangschik , en op en op (Propositie 4.10), en ga beide rangschikkingen na in en .
- Los volledig op (kwadrateer voor met de nodige zorg en eindig met een tekentabel).
- Neem de derde macht erbij: rangschik , , in en in , en zoek alle punten waar de kwadraatfunctie en de derdemachtsfunctie elkaar snijden.
- Twee spaarplannen keren na jaar euro uit (plan A) of euro (plan B). Toon aan dat B A voorbijsteekt wanneer , en geef het omslagpunt op de maand nauwkeurig. Welke moraal over wortels tegenover machten op lange termijn?
- Slotstuk: zeg voor elke wet uit deze opgave — het remmen (), de hefboom (), de lamp (), Kepler (), plan A () — in één bijzin welk kenmerk van haar referentiegrafiek de fysische betekenis draagt (steeds steilere stijging, verticale asymptoot, uitdijende bol, schaalexponent, afvlakkende groei). Besluit: de referentiefuncties zijn het alfabet; de natuur schrijft ermee.
Oplossing
Oplossing van Probleem 4.1.
1. m; m; m; m.
2. verdubbelen verdubbelt en vermenigvuldigt het kwadraat ervan met : m . Dubbele snelheid, viervoudige afstand — het schaalgedrag van de kwadraatfunctie.
3. geeft , dus km/u. De vierkantswortel gaf het antwoord; de aflezing is ondubbelzinnig omdat snelheden positief zijn en de kwadraatfunctie op strikt klimt (Propositie 4.8: één positief origineel).
4. m, terwijl m: dezelfde km/u kost bij hoge snelheid drie keer meer afstand. De parabool stijgt niet alleen, ze wordt steiler — haar klimtempo groeit met .
5. m; m. In de stad weegt de affiene term (de reactie) het zwaarst; op de snelweg verplettert de kwadratische term hem — affien groeit gestaag, kwadraten lopen weg.
6. , , .
7. De omgekeerde functie daalt: hoe verder van het draaipunt, hoe kleiner de nodige kracht — met een lange genoeg hefboomarm ( enorm) houdt elke kracht, hoe klein ook, elke last in evenwicht: de grootspraak van Archimedes leeft in de staart van de hyperbool, die nadert zonder het te bereiken. En is de verboden waarde: geen arm, geen hefboom — de verticale asymptoot.
8. op m, op m, op m. Op afstand heeft het licht zich verspreid over een bol met oppervlakte (de weekendopgave over de grafsteen van Archimedes in het onderbouwvolume): dezelfde energie gedeeld door een oppervlakte die als groeit — vandaar het omgekeerde kwadraat.
9. , , euro per hoofd voor . Uit volgt deelnemers. De hyperbool belooft almaar goedkopere aandelen naarmate groeit — en weigert ooit te bereiken: de bus wordt nooit gratis.
10. : dalend op (de verschoven omgekeerde functie), naderend tot de asymptoot . Economisch: de vaste euro over meer affiches spreiden duwt de kostprijs per stuk omlaag naar de onsamendrukbare euro materiaal — schaalvoordeel, met een harde ondergrens.
11. Aarde: , . Mars: en . Jupiter: en . Wat Kepler opmerkte: voor elke planeet — één wet voor de hele hemel.
12. : voor Saturnus jaar, tegenover de waargenomen : de wet klopt op een tiende na.
13. Planetoïde: jaar. Komeet: , dus AE.
14. Het kwadraat (), de derde macht () en de vierkantswortel (om vrij te maken). Schaalregel: met vermenigvuldigen vermenigvuldigt met — zoals de planetoïde bevestigt ( vier keer die van de Aarde, acht keer).
15. Een tabel met getallen, gelegd naast de vormen van een paar referentiefuncties, leverde een wet van het heelal op, zeventig jaar voordat iemand wist waarom ze gold — de functie herkennen is de helft van de wetenschap.
16. Op : ; op : . Controles: in is ; in is .
17. Voor zijn beide leden , dus .
18. In : . In : : de volgorde keert om. Snijpunten van en : : in en .
19. geeft ; kwadrateren geeft , dus en jaar — ongeveer jaar en maanden. (Beide plannen keren dan ongeveer euro uit.) Moraal: wortels spurten vroeg, machten winnen elke marathon.
20. Remmen: het steiler worden van de parabool is het gevaar van snelheid. Hefboom: de verticale asymptoot in en de lange staart zijn het voordeel van de mecanicien. Lamp: de van de uitdijende bol bepaalt het uitdoven. Kepler: de exponent is het tempo van het zonnestelsel. Plan A: het afvlakken van de wortel is het lot van de trage spaarder. Vijf grafieken, vijf wetten: het alfabet van de natuur, inderdaad.