Natuurkunde bovenbouw · Grades 10–12
13De fundamentele wisselwerkingen
Wrijf een ballon over je haar en hij pikt snippers papier op — en verslaat daarmee, met een paar vierkante centimeter rubber, de zwaartekracht van de hele planeet. Die makkelijke overwinning verklaart waarom atomen bijeenblijven en waarom zware kernen uiteindelijk uiteenvallen (Hoofdstuk 19). Het heelal draait op precies vier wisselwerkingen; dit hoofdstuk maakt kennis met ze, weegt ze tegen elkaar af en wijst elk haar eigen verdieping toe.
13.1 Materie van quark tot melkwegstelsel
Definitie 13.1 (De ladder van de structuur)
Materie is in verdiepingen gebouwd, elk opgetrokken uit de verdieping eronder: drie quarks (puntvormig, kleiner dan ) binden tot een nucleon — een proton of een neutron van ongeveer ; nucleonen pakken zich samen tot een kern ( tot ); een kern met haar elektronenwolk is een atoom (); atomen binden tot moleculen en kristallen (vanaf ), die zich samenvoegen tot alledaagse voorwerpen (), planeten (), planetenstelsels (), melkwegstelsels () en het waarneembare heelal ().
Definitie 13.2 (De vier wisselwerkingen)
Een fundamentele wisselwerking is een kracht die niet tot andere krachten te herleiden is; er zijn er precies vier: de gravitatie, de elektromagnetische wisselwerking, de sterke wisselwerking en de zwakke wisselwerking.
Opmerking 13.3
De verdiepingen worden door leegte gescheiden: een atoom is keer zo breed als zijn kern — vergroot de kern tot een knikker van en de elektronenwolk meet een kilometer. Iets moet die ijle verdiepingen bijeenhouden, en de zwaartekracht is dat vrijwel nooit.
13.2 Elektrische lading
Definitie 13.4 (Elektrische lading)
Elektrische lading is de eigenschap van materie waarop de elektromagnetische wisselwerking aangrijpt, zoals massa de eigenschap is waarop de gravitatie aangrijpt. Ze wordt gemeten in coulomb () en bestaat in twee tekens, positief en negatief, die elkaar bij optellen opheffen; gelijke ladingen stoten elkaar af, ongelijke trekken elkaar aan.
Definitie 13.5 (Elementaire lading)
Lading is korrelig: elke waargenomen lading is een geheel veelvoud van de elementaire lading . Het proton draagt , het elektron , het neutron ; een lading bevat elementaire ladingen.
Propositie 13.6 (Behoud van lading)
De totale lading van een geïsoleerd systeem verandert nooit: lading wordt niet geschapen en niet vernietigd, alleen overgedragen — in de praktijk door elektronen, de lichtste dragers.
Bewijs. Op dit niveau zonder bewijs aangenomen. ∎
Opmerking 13.7
Er is nooit een schending waargenomen; de diepe reden, een symmetrie van het elektromagnetisme, komt in de universitaire volumes aan bod.
Definitie 13.8 (Laden door wrijving en door contact)
Twee isolatoren over elkaar wrijven rukt elektronen van de ene los en op de andere, zodat er tegengestelde ladingen van gelijke grootte achterblijven (laden door wrijving); een geladen voorwerp tegen een neutraal houden verdeelt de lading (laden door contact). Alleen elektronen bewegen; de totale lading blijft behouden.
Voorbeeld 13.9 (Elektronen tellen)
Een ballon die over haar is gewreven, krijgt : hij heeft elektronen gewonnen, en het haar blijft achter met precies .
13.3 De wet van Coulomb
Stelling 13.10 (Wet van Coulomb)
Twee puntladingen en op een afstand oefenen op elkaar krachten uit langs hun verbindingslijn, van gelijke grootte en tegengestelde richting — afstotend bij gelijke tekens, aantrekkend bij ongelijke — met
Bewijs. Op dit niveau zonder bewijs aangenomen. ∎
Opmerking 13.11
Coulomb stelde de wet in 1785 vast door de verdraaiing van een dunne torsiedraad te meten; waarom de exponent precies is, wordt in de universitaire volumes beantwoord.
Opmerking 13.12 (Een formele tweelingzus van de gravitatie)
De wet van Coulomb is, symbool voor symbool, de wet van de algemene gravitatie (Hoofdstuk 4) met ladingen in plaats van massa’s:
| bron | massa | lading |
| wet | ||
| [1.5ex] constante | ||
| teken | altijd aantrekkend | aantrekkend of afstotend |
De twee verschillen sturen alles wat volgt: de elektriciteit is overweldigend sterker, en zij alleen kan zichzelf opheffen.
Voorbeeld 13.13 (Twee protonen, beide krachten tegelijk)
Twee protonen () liggen uit elkaar — buren in een kern. Elektrische afstoting:
— het gewicht van een koffer van , gedragen door een deeltje van kilogram. Gravitatie-aantrekking: . De verhouding hangt niet van de afstand af ( valt weg): tussen elementaire deeltjes is de zwaartekracht keer te zwak om mee te tellen — op elke afstand.
13.4 De sterke en de zwakke wisselwerking
Het voorbeeld laat een schandaal achter: een heliumkern bevat twee protonen die elkaar met tientallen newton afstoten — en toch bestaat helium.
Definitie 13.14 (De sterke wisselwerking)
De sterke wisselwerking bindt quarks tot nucleonen en nucleonen tot kernen. Op is ze aantrekkend en veel sterker dan de elektrische afstoting (duizenden newton tussen nucleonen); voorbij een paar keer meter verdwijnt ze: haar dracht is ongeveer . Ze grijpt protonen en neutronen even hard vast en trekt zich van lading niets aan.
Opmerking 13.15 (Waarom kernen bestaan — en waarom zware het begeven)
De twee krachten in de kern schalen verschillend. De sterke lijm heeft een korte dracht: een nucleon bindt alleen zijn paar buren binnen . De elektrische afstoting reikt ver: elk proton duwt op elk ander proton. Naarmate kernen groeien, stapelt de afstoting zich sneller op dan de lijm: zware kernen hebben extra neutronen nodig (lijm zonder lading), en voorbij ongeveer protonen helpt zelfs dat niet meer — de zwaarste kernen leven op geleende tijd (Hoofdstuk 19).
Definitie 13.16 (De zwakke wisselwerking)
De zwakke wisselwerking, met een nog kortere dracht, laat een neutron in een proton veranderen (en omgekeerd): zij drijft de -radioactiviteit uit Hoofdstuk 19 aan.
13.5 Wie welke verdieping regeert
Methode 13.17 (Een schaal doorlichten)
Om te bepalen welke wisselwerking een structuur met afmeting regeert, kijk je naar dracht en opheffing:
- : de sterke wisselwerking regeert — ze verslaat de elektrische afstoting, en de zwaartekracht ligt er naast.
- van atomen tot bergen ( tot ): de sterke kracht is buiten dracht; de elektromagnetische wisselwerking regeert — bindingen, samenhang, wrijving, contact.
- planeten en groter (): materie is tot in fantastische nauwkeurigheid neutraal, dus heft de elektriciteit zichzelf op; massa heeft één teken en telt altijd op — de gravitatie regeert de hemel.
De zwakke wisselwerking bezet geen enkele verdieping: ze bindt niets, maar beslecht omzettingen (-verval).
13.6 Oefeningen
Oefening 13.1 ★
Geef van elke afmeting de ordegrootte en de verdieping van de ladder: proton ; watermolecuul ; zandkorrel ; Aarde ; Melkweg .
Oefening 13.2 ★
Een ballon die over haar is gewreven, draagt . Heeft hij elektronen gewonnen of verloren, en hoeveel? Welke lading heeft het haar daarna, en welke wet zegt dat?
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.2.
Negatieve lading: hij heeft elektronen gewonnen. Het haar draagt , wegens het behoud van lading (Propositie 13.6).
Oefening 13.3 ★
De ladingen en liggen uit elkaar. Bereken de kracht; aantrekkend of afstotend? Vergelijk de kracht op met die op .
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.3.
, aantrekkend (ongelijke tekens). De twee krachten hebben dezelfde grootte en tegengestelde richting.
Oefening 13.4 ★
Twee ladingen trekken elkaar aan met een kracht . Wat wordt die als: de afstand verdubbelt; de afstand door wordt gedeeld; één lading verdubbelt; beide ladingen en de afstand verdubbelen?
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.4.
; ; ; (teller , noemer ).
Oefening 13.5 ★
Noem de wisselwerking die verantwoordelijk is voor: (a) de Maan die om de Aarde draait; (b) de samenhang van een zoutkristal; (c) de samenhang van een heliumkern; (d) het -verval van koolstof-14; (e) de ballon uit Oefening 13.2 die aan een muur blijft plakken.
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.5.
(a) gravitatie; (b) elektromagnetisch; (c) sterk; (d) zwak; (e) elektromagnetisch.
Oefening 13.6 ★★
De twee protonen van een heliumkern liggen uit elkaar (). Bereken hun elektrische afstoting, hun gravitatie-aantrekking en de verhouding. Wat houdt de kern heel?
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.6.
; . Verhouding . De sterke wisselwerking houdt de kern bijeen; de zwaartekracht doet niet mee.
Oefening 13.7 ★★
In een waterstofatoom zit het elektron () op van het proton (). Bereken de elektrische en de gravitatiekracht ertussen en hun verhouding. Wat houdt atomen bijeen?
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.7.
; . Verhouding : de elektromagnetische wisselwerking houdt atomen bijeen.
Oefening 13.8 ★★
Bol A draagt ; een identieke bol B is neutraal. Ze worden tegen elkaar gehouden en daarna tot uit elkaar gezet. Welke lading draagt elk (controleer het behoud van lading)? Bereken de kracht ertussen — aantrekkend of afstotend?
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.8.
Door het contact wordt de lading verdeeld: (samen nog altijd ). Daarna is , afstotend (gelijke tekens).
Oefening 13.9 ★★
Twee gelijke ladingen stoten elkaar af met : hoever liggen ze uit elkaar? Waar zakt de kracht tot ?
Oefening 13.10 ★★
Twee protonen in naburige moleculen liggen uit elkaar. Bereken hun elektrische afstoting. Wat draagt de sterke wisselwerking op deze afstand bij? Welke wisselwerking bindt moleculen?
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.10.
. De sterke wisselwerking draagt niets bij: m is keer haar dracht. Moleculen worden gebonden door de elektromagnetische wisselwerking.
Oefening 13.11 ★★
Elk van twee muntstukken bevat ongeveer elektronen. Verplaats één elektron op een miljoen van het ene naar het andere en zet de munten uit elkaar. Bereken de lading van elke munt en daarna de kracht. Aan het gewicht van welke massa is die gelijk? Trek je conclusie over de neutraliteit van alledaagse materie.
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.11.
op elke munt. — het gewicht van , een volgeladen goederentrein, uit één miljoenste van de elektronen. Alledaagse materie moet (en blijkt) veel nauwkeuriger dan één deel op een miljoen neutraal te zijn.
Oefening 13.12 ★★★
Een uraniumkern heeft een diameter van en protonen. Bereken de afstoting tussen twee protonen aan weerszijden. Kan de sterke wisselwerking dit paar binden — en waarom niet? Hoeveel elkaar afstotende protonenparen zijn er? Waarom hebben zware kernen extra neutronen nodig, en waarom kunnen zelfs neutronen ze voorbij een bepaalde grootte niet meer redden?
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.12.
— op deze schaal nog altijd enorm. Nee: ze liggen keer de sterke dracht uit elkaar; elk is alleen aan zijn naaste buren gelijmd. Paren: , die alle op elke afstand afstoten, terwijl de lijm niet met de grootte meegroeit. Neutronen voegen aantrekking zonder afstoting toe en verdunnen de protonen; maar de afstoting groeit met het kwadraat van het aantal protonen en de lijm alleen met het aantal buren, zodat voorbij ongeveer protonen geen enkele neutronenbegroting de boeken sluitend krijgt — zulke kernen vervallen (Hoofdstuk 19).
Oefening 13.13 ★★★
Twee bolletjes met massa hangen aan draden van die aan hetzelfde punt zijn vastgemaakt. Krijgen ze dezelfde lading , dan komen ze uit elkaar tot rust. Elk bolletje is in evenwicht onder zijn gewicht, de spankracht van de draad en de elektrische kracht: toon aan dat (: de hoek van de draad met de verticaal) en dat hier . Bereken , daarna , en daarna het aantal verplaatste elementaire ladingen.
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.13.
Evenwicht: verticaal , horizontaal , dus . Hier is , en voor kleine hoeken . Dan is ; ; elementaire ladingen.
Oefening 13.14 ★★★
Gegevens: , , afstand Aarde–Maan . Bereken de gravitatiekracht tussen Aarde en Maan. De zwaartekracht wordt uitgeschakeld: welke ladingen op de Aarde en op de Maan houden dezelfde aantrekking in stand? Hoeveel elektronen is , en hoeveel wegen die ()? Becommentarieer.
Oefening 13.15 ★★★
In een zoutkristal liggen Na- en Cl-ionen (met ladingen ) uit elkaar; een Cl-ion heeft massa . Bereken de kracht tussen naburige ionen en het gewicht van een Cl-ion; geef de verhouding. Leg daarna uit hoe de zwaartekracht op grote schaal toch wint — geen berg komt boven uit — terwijl elke binding haar met vijftien ordegrootten verslaat.
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.15.
; gewicht ; verhouding . Elke binding heeft een vaste sterkte, maar het gewicht groeit met de hele massa erboven: stapel gesteente op en de last op de onderste laag groeit onbegrensd terwijl haar bindingen dat niet doen. Rond gesteente verplettert de last de elektrische bindingen — de zwaartekracht wint niet door kracht per deeltje, maar doordat ze optelt zodra de lading zichzelf opheft.
13.7 Probleem: De doorlichting van de vier krachten
Probleem 13.1
Weekendopgave — waarom de wereld niet instort en niet uiteenvliegt: de vier wisselwerkingen verdieping voor verdieping doorgelicht, tot en met de neutraliteit van materie op twee delen in
Atomen imploderen niet, kernen houden meestal stand, de Maan stort niet neer en ontsnapt niet; deze opgave zoekt uit wie de eer verdient. Gegevens: , , , , , , , afstand Aarde–Maan .
Deel I — De ladder.
- Noem de verdiepingen van de ladder van quark tot melkwegstelsel, met telkens één ordegrootte van afmeting.
- Schaalmodel: de kern wordt een knikker van ; hoe breed is het atoom dan?
- Welk deel van het volume van een atoom neemt zijn kern in?
- Een haar is dik. Hoeveel atomen liggen erover?
- Hoeveel machten van tien liggen er tussen de bovengrens van het quark () en een melkwegstelsel ()?
Deel II — De elektrische verdieping.
- In een waterstofatoom zit het elektron op van het proton: bereken de elektrische kracht ertussen.
- Bereken de gravitatiekracht ertussen en de verhouding van de twee. Welke van beide houdt het atoom bijeen?
- Wat verandert er als de zwaartekracht binnen atomen wordt uitgeschakeld? En als de elektriciteit dat wordt?
- Waarom zijn de “contactkrachten” van het dagelijks leven — de vloer die tegen je voeten duwt, de wrijving — vermomd elektromagnetisch?
- Elk van twee muntstukken bevat ongeveer elektronen. Verplaats één elektron op een miljard van het ene naar het andere en zet ze uit elkaar: bereken de ladingen en de kracht. Conclusie?
- Welke wisselwerking regeert de verdiepingen van tot , en waarom doet de sterke wisselwerking niet mee?
Deel III — De kernverdieping.
- Twee protonen liggen uit elkaar in een kern: bereken hun elektrische afstoting.
- Welke versnelling zou die kracht een ongeremd proton geven? Vergelijk met .
- Noem de drie eigenschappen die de sterke wisselwerking nodig heeft om te verklaren waarom kernen bestaan, waarom ook neutronen worden vastgegrepen, en waarom kernen zo klein blijven.
- Bereken in een uraniumkern (diameter , protonen) de afstoting tussen twee protonen aan weerszijden. Kan de sterke wisselwerking dat paar rechtstreeks binden? Leg uit waarom de afstoting wint naarmate kernen groeien, en waar de neutronen voor dienen.
- In één zin, zoals beloofd: wat doet de zwakke wisselwerking?
Deel IV — De astronomische verdieping, en het vonnis.
- Bereken de gravitatiekracht tussen de Aarde en de Maan.
- De Aarde bevat ongeveer protonen (en evenveel elektronen), de Maan ongeveer . Welk deel van de protonlading van elk lichaam zou, niet-opgeheven, de elektrische kracht gelijk maken aan de gravitatiekracht?
- Waarom regeert de gravitatie, de zwakkeling uit vraag 7, de sterrenkunde? Twee redenen.
- Vonnis — één zin per verdieping (kern, atoom tot berg, planeet en groter): wat houdt haar bijeen? Beantwoord daarna de titel: waarom stort de wereld niet in en vliegt ze niet uiteen?
Oplossing
Oplossing van Probleem 13.1.
1. Quark ; nucleon ; kern –; atoom ; molecuul ; alledaags voorwerp ; planeet ; planetenstelsel ; melkwegstelsel .
2. Schaalfactor : het atoom is breed.
3. : materie is voor leeg.
4. atomen — ongeveer een miljoen over de breedte van één haar.
5. Van tot : machten van tien.
6. .
7. ; verhouding . De elektriciteit houdt het atoom bijeen; de zwaartekracht kijkt toe.
8. Zonder zwaartekracht: er verandert niets meetbaars (ze ligt er onder). Zonder elektriciteit: geen atomen, geen moleculen, helemaal geen materie.
9. “Contact” is de elektrische afstoting tussen de elektronenwolken van atomen die tot ongeveer bij elkaar zijn gebracht: niets raakt ooit iets aan. De normaalkracht van de vloer en de wrijving zijn de wet van Coulomb in het groot.
10. per munt; — een duidelijk zichtbare kracht uit één elektron op een miljard. Alledaagse materie is veel nauwkeuriger dan neutraal.
11. De elektromagnetische wisselwerking. De sterke kracht is buiten dracht voorbij ongeveer — keer kleiner dan één atoom.
12. .
13. , ongeveer maal : geen alledaagse kracht komt er in de buurt.
14. Sterker dan op (kernen bestaan); even hard werkend op protonen en neutronen, blind voor lading (neutronen worden ook vastgehouden); een dracht van ongeveer (kernen blijven klein — de lijm reikt niet verder).
15. . Nee: keer de dracht. De afstoting werkt over alle protonenparen; de lijm bindt alleen naaste buren, dus komt groei de afstoting ten goede. Neutronen voegen lijm en ruimte toe zonder afstoting toe te voegen — tot voorbij ongeveer protonen geen enkel mengsel meer in evenwicht is en de kern vervalt.
16. De zwakke wisselwerking verandert een neutron in een proton (en omgekeerd) en veroorzaakt zo het -verval — ze zet om; ze bindt nooit.
17. .
18. , . Gelijke krachten betekent :
een onbalans van twee delen op zou de zwaartekracht opheffen.
19. Lading bestaat in twee tekens en heft zichzelf op (vraag 18 laat zien hoe volmaakt), zodat de sterkere kracht zichzelf op grote schaal uitschakelt; massa heeft één teken, telt eeuwig op, en niets schermt haar af.
20. Kern: de sterke wisselwerking overtroeft op de afstoting tussen de protonen. Atoom tot berg: de elektromagnetische wisselwerking bindt elektronen aan kernen en atomen aan elkaar. Planeet en groter: de gravitatie, onbestreden zodra de lading zich opheft, houdt planeten, omloopbanen en melkwegstelsels vast. De wereld stort niet in doordat elke verdieping wordt geschraagd door een bindmiddel dat stijver is dan de last, en vliegt niet uiteen doordat materie tot op ongeveer neutraal is — zodat op elke schaal precies één kracht de leiding heeft, en aantrekkend is waar dat moet.