Natuurkunde basisschool en onderbouw · Grades 1–9
4Dag en nacht: de Zon
Elke ochtend komt de Zon terug, alsof ze nooit is weggeweest. Ze klimt, glijdt langs de andere kant van de hemel omlaag, verdwijnt — en de straatlantaarns nemen het over. Dag, nacht, dag, nacht: het oudste ritme ter wereld. Waar gaat de Zon ’s nachts heen? Laten we haar volgen.
4.1 De reis van de Zon
Voorbeeld 4.1 (Eén dag Zon)
Let een hele dag lang op de plaats van de Zon aan de hemel (zijdelings, nooit recht erin kijken!). ’s Ochtends staat ze laag, vlak boven de daken, aan de ene kant van de hemel. In de loop van de ochtend klimt ze. Rond het middaguur staat ze op haar hoogst. ’s Middags zakt ze aan de andere kant omlaag, en ’s avonds glijdt ze daar onder de daken weg. De kant waar ze ’s ochtends opkomt, is altijd dezelfde — morgen komt ze daar weer op.
Definitie 4.2 (Dag en nacht)
De dag is het deel van het etmaal waarin de Zon aan onze hemel staat en ons licht geeft. De nacht is het deel waarin de Zon van onze hemel verdwenen is en de wereld om ons heen donker wordt. Het moment waarop de Zon verschijnt heet de zonsopgang; het moment waarop ze verdwijnt de zonsondergang.
Opmerking 4.3 (De grote lamp van de dag)
Denk aan de lichtbronnen van het vorige hoofdstuk: overdag is de Zon de bron die de hele wereld in één keer verlicht — elke straat, elk schoolplein, elke zee. ’s Nachts moeten we het doen met kleine bronnen: lampen, zaklampen en de sterren. Daarom is het ’s nachts donker ook al branden de lampen: geen kleine lamp kan de grote vervangen.
Voorbeeld 4.4 (Het ritme herhaalt zich)
Ochtend, middag, avond, nacht — en dan weer ochtend. Het ritme heeft nog nooit een beurt overgeslagen: na elke nacht een dag, na elke dag een nacht. Eén hele omwenteling van dit wiel, één dag en één nacht samen, is wat de kalender telt: maandag, dinsdag, woensdag, elk is één slag van het wiel.
4.2 Waar gaat de Zon ’s nachts heen?
’s Nachts schijnt de Zon nog steeds — maar niet op ons. Terwijl wij slapen, valt haar licht op kinderen aan de andere kant van de wereld, die net hun middaguur beleven. De Zon gaat niet uit; wij draaien ons van haar af.
Voorbeeld 4.5 (De draaiende Aarde)
De Aarde — de enorme bal waar we allemaal op wonen — draait langzaam rond, als een draaimolen, en wij draaien mee. Als onze kant van de bal naar de Zon toe gekeerd is, is het bij ons dag. Terwijl de Aarde doordraait, glijdt onze kant uit het zonlicht het donker in: de avond komt, dan de nacht. Blijf draaien, en onze kant zwaait terug in het licht: zonsopgang! De Zon lijkt alleen maar over onze hemel te reizen — de echte reiziger is de grond onder onze voeten.
Methode 4.6 (Probeer het: wees de Aarde)
Je hebt een lamp in een donkere kamer nodig, en jezelf.
- De lamp is de Zon; je hoofd is de Aarde; je neus is jouw dorp.
- Kijk naar de lamp: licht op je gezicht — in jouw dorp is het dag.
- Draai langzaam om je as. Het licht glijdt van je wang: dat is de avond.
- Achterhoofd naar de lamp: je gezicht is in het donker — nacht in jouw dorp.
- Blijf draaien tot het licht weer op je wang valt: zonsopgang!
Eén hele draai van jou is één hele dag en nacht voor je neus.
Opmerking 4.7 (De Zon gaat nooit uit)
In het spel van Methode 4.6 bleef de lamp de hele tijd branden — alleen jouw draaien liet licht en donker elkaar op je gezicht afwisselen. Bij de echte Zon gaat het net zo: ze schijnt de hele nacht door, aan de andere kant van de wereld. De nacht is niet de Zon die uitrust; het is onze kant van de bal die de andere kant op kijkt.
4.3 Oefeningen
Oefening 4.1 ★
Zet op volgorde, te beginnen bij de ochtend: het middaguur; zonsopgang; nacht; zonsondergang; middag.
Oefening 4.2 ★
Waar staat de Zon rond het middaguur: laag bij de daken, of op haar hoogste punt? En je schaduw op dat moment — lang of kort? (Denk aan het vorige hoofdstuk.)
Oplossing
Oplossing van Oefening 4.2.
Rond het middaguur staat de Zon op haar hoogst — en dan is de schaduw op zijn kortst.
Oefening 4.3 ★
Komt de Zon elke ochtend aan dezelfde kant van je huis op, of elke dag aan een andere kant? Hoe zou je dat morgen kunnen nakijken?
Oplossing
Oplossing van Oefening 4.3.
Altijd aan dezelfde kant. Om het na te kijken: let er morgenochtend op door welk raam het eerste zonlicht binnenkomt — dat is hetzelfde raam als vandaag.
Oefening 4.4 ★
Waar of niet waar: “’s Nachts gaat de Zon uit.” Leg je antwoord uit met Opmerking 4.7.
Oplossing
Oplossing van Oefening 4.4.
Niet waar. De Zon schijnt de hele nacht door — aan de andere kant van de Aarde. De nacht komt doordat onze kant van de draaiende Aarde zich van het licht heeft afgewend, zoals je achterhoofd afgewend is van de lamp.
Oefening 4.5 ★
Terwijl jij in het ochtendlicht ontbijt, wat zijn kinderen aan de andere kant van de Aarde dan hoogstwaarschijnlijk aan het doen?
Oplossing
Oplossing van Oefening 4.5.
Bij hen is het nacht, dus liggen ze hoogstwaarschijnlijk te slapen — hun kant van de Aarde is van de Zon afgekeerd terwijl de onze ernaartoe gekeerd is.
Oefening 4.6 ★
Speel Methode 4.6 met een lamp. Als het licht op je rechterwang schijnt en je dezelfde kant op blijft draaien, wat komt er dan voor je neus als eerste: zonsopgang of zonsondergang?
Oplossing
Oplossing van Oefening 4.6.
Licht op de rechterwang en je draait door: dan bereikt het licht je hele gezicht — zonsopgang (ochtend) voor je neus.
Oefening 4.7 ★
Wie is de echte reiziger, de Zon over onze hemel of de grond onder onze voeten? Zeg het in je eigen woorden.
Oplossing
Oplossing van Oefening 4.7.
De grond onder onze voeten. De Aarde draait en neemt ons mee; de Zon lijkt alleen maar over onze hemel te trekken doordat wij draaien.
Oefening 4.8 ★
Tel mee met de kalender: hoeveel zonsopgangen zijn er in één week? Hoeveel nachten?
Oplossing
Oplossing van Oefening 4.8.
Zeven zonsopgangen en zeven nachten — van elk één voor elke dag van de week.
Oefening 4.9 ★★
Zoe zegt: “Als de Aarde stopte met draaien, zou het in ons dorp voor altijd dag blijven.” Zou ze gelijk kunnen hebben — en wat zouden kinderen aan de andere kant van de Aarde van haar idee zeggen?
Oplossing
Oplossing van Oefening 4.9.
Ze zou gelijk kunnen hebben: als onze kant naar de Zon gekeerd bleef, zou het hier dag blijven. Maar dan zouden de kinderen aan de andere kant voor altijd nacht houden — die zouden Zoe niet dankbaar zijn voor haar idee!