Wiskunde basisschool en onderbouw · Grades 1–9
13Verhaaltjes oplossen
In een verhaaltje met getallen zit een vraag verstopt: optellen? aftrekken? vermenigvuldigen? Dit hoofdstuk geeft een manier om te kiezen, gebruikt eenvoudige strookjes om de bewerking te zien, en leest gegevens uit tabellen en pictogrammen.
13.1 De bewerking kiezen
Methode 13.1 (Welke bewerking?)
- samenvoegen, in totaal: optellen ();
- wegnemen, hoeveel blijft over, hoeveel meer: aftrekken ();
- zoveel gelijke groepjes: vermenigvuldigen ();
- maak snel een tekening als je twijfelt, en antwoord altijd met een zin.
Voorbeeld 13.2 (Een verhaaltje in twee stappen)
“Sam koopt pakjes van stickers en geeft er daarna weg. Hoeveel houdt hij er over?”
- Groepjes: stickers;
- weggeven: .
Sam houdt stickers over. Lees de vraag nog eens: is het verhaal echt af? Hier wel.
Voorbeeld 13.3 (Een getal te veel)
“Een boek van bladzijden …” — pas op, niet elk getal in een verhaaltje heb je nodig. “Ben heeft rode en blauwe knikkers en is jaar oud. Hoeveel knikkers heeft hij?” De leeftijd is een valstrik: knikkers. Sorteer de getallen voordat je gaat rekenen.
13.2 Tabellen en pictogrammen
Voorbeeld 13.4 (Een tabel)
Verkochte gebakjes op een marktkraam:
| zaterdag | zondag | totaal | |
|---|---|---|---|
| muffins | |||
| taartjes |
Aflezen: taartjes op zondag, . Rekenen: muffins over de twee dagen, ; op zondag taartjes meer dan op zaterdag.
Voorbeeld 13.5 (Een pictogram)
Lees eerst de legenda: hier staat één stip voor stuks fruit.
13.3 Oefeningen
Oefening 13.1 ★
Noem de bewerking (reken niet uit): “ en knikkers bij elkaar gelegd”; “ snoepjes, opgegeten”; “ dozen van appels”; “Ana heeft , Leo heeft : hoeveel heeft Ana er meer?”.
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.1.
Bij elkaar leggen: optelling. snoepjes, opgegeten: aftrekking. dozen van : vermenigvuldiging. Hoeveel meer: aftrekking.
Oefening 13.2 ★
Los op: “Op een parkeerterrein staan auto’s; er rijden weg. Hoeveel blijven er staan?”
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.2.
. Er blijven auto’s staan.
Oefening 13.3 ★
Los op: “ kinderen plukken elk bloemen. Hoeveel bloemen zijn dat in totaal?”
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.3.
bloemen.
Oefening 13.4 ★
Teken strookjes en los dan op: “Tom heeft kaarten, Mia heeft er minder. Hoeveel heeft Mia?”
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.4.
Vergelijkingsstrookjes: Tom , het strookje van Mia is korter: kaarten.
Oefening 13.5 ★
Twee stappen: “In een krat gaan flessen. Een winkel krijgt kratten en verkoopt flessen. Hoeveel flessen blijven over?”
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.5.
Ontvangen flessen: ; over: flessen.
Oefening 13.6 ★
Zoek het onnodige getal, streep het door en los dan op: “Ben is jaar en heeft knikkers. Hij wint er bij. Hoeveel knikkers heeft hij nu?”
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.6.
Het onnodige getal is de leeftijd (). Knikkers: .
Oefening 13.7 ★
Gebruik de tabel van Voorbeeld 13.4: hoeveel taartjes zijn er over de twee dagen verkocht? En hoeveel gebakjes van alle soorten op zaterdag?
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.7.
Taartjes: . Zaterdag, alle gebakjes: .
Oefening 13.8 ★
Gebruik het pictogram van Voorbeeld 13.5: hoeveel stuks fruit zijn er in totaal? Welke kleur heeft er het meest?
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.8.
Rood , groen , geel : in totaal stuks fruit. Rood heeft er het meest.
Oefening 13.9 ★
Los op: “Een lint is cm lang. Lea knipt er cm af. Hoe lang is het stuk dat overblijft?”
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.9.
cm blijft over.
Oefening 13.10 ★★
“Een bakker maakt ’s ochtends platen van gebakjes en ’s middags platen van gebakjes. Hoeveel gebakjes maakt hij die dag?” (Twee vermenigvuldigingen en dan een som — of tel eerst de platen!)
Oplossing
Oplossing van Oefening 13.10.
’s Ochtends: ; ’s middags: ; in totaal gebakjes. (Of: platen van , en .)