Mathematics · Boek 1 · Grades 1–9

Wiskunde basisschool en onderbouw

Wiskunde basisschool en onderbouw · Grades 1–9

14Getallen tot 10 000

Duizend, tweeduizend, drieduizend … grote getallen zijn opgebouwd uit kleine, met één prachtig idee: de plaats van een cijfer bepaalt zijn waarde. In dit hoofdstuk leer je getallen tot 1000010\,000 lezen, schrijven, vergelijken en ordenen.

14.1 Getallen lezen en schrijven

Definitie 14.1 (Plaatswaarde)

Een getal schrijf je met de cijfers 0,1,2,,90, 1, 2, \dots, 9. Van rechts naar links zijn de plaatsen: eenheden, tientallen, honderdtallen, duizendtallen. In 32543\,254:

3254=3 duizendtallen+2 honderdtallen+5 tientallen+4 eenheden.3\,254 = 3 \text{ duizendtallen} + 2 \text{ honderdtallen} + 5 \text{ tientallen} + 4 \text{ eenheden}.
De plaatswaardetabel van 3\,254, gelezen als “drieduizend tweehonderdvierenvijftig”.
De plaatswaardetabel van 32543\,254, gelezen als “drieduizend tweehonderdvierenvijftig”.

Voorbeeld 14.2 (De nul die een plaats bezet houdt)

“Vierduizend zeven” schrijf je als 40074\,007: een 44 bij de duizendtallen, een 77 bij de eenheden, en nullen ertussen om elk cijfer op zijn juiste plaats te houden. Zonder die nullen zou 4747 een heel ander getal zijn!

Voorbeeld 14.3 (Wisselen)

Tien eenheden maken één tiental; tien tientallen maken één honderdtal; tien honderdtallen maken één duizendtal. Dus 1010 honderdtallen =1000= 1\,000, en 3232 tientallen =320= 320: het getal 320320 bevat 3232 tientallen (niet alleen het cijfer 22!).

14.2 Vergelijken en ordenen

Methode 14.4 (Twee getallen vergelijken)

  1. Tel de cijfers: meer cijfers betekent een groter getal (1002>9981\,002 > 998).
  2. Even veel cijfers: vergelijk cijfer voor cijfer, te beginnen links. Het eerste verschil beslist: 5614>55895\,614 > 5\,589, want bij de honderdtallen is 6>56 > 5.
  3. Schrijf het antwoord met de tekens << (kleiner dan) of >> (groter dan): de open kant wijst altijd naar het grootste getal.
Getallen op een lijn met streepjes per honderd: verder naar rechts betekent groter. 240 < 690 < 905.
Getallen op een lijn met streepjes per honderd: verder naar rechts betekent groter. 240<690<905240 < 690 < 905.

Voorbeeld 14.5

Zet op volgorde, van klein naar groot: 780780, 87008\,700, 807807, 8787. Eerst op het aantal cijfers: 8787 (twee), dan 780780 en 807807 (drie), dan 87008\,700 (vier). Tussen 780780 en 807807: vergelijk de cijfers van de honderdtallen, 7<87 < 8, dus 780<807780 < 807. De volgorde is:

87<780<807<8700.87 < 780 < 807 < 8\,700 .

14.3 Even en oneven

Definitie 14.6 (Even, oneven)

Een getal is even als het in twee gelijke hele delen te splitsen is — het cijfer van de eenheden is dan 00, 22, 44, 66 of 88. Anders is het getal oneven (cijfer van de eenheden 11, 33, 55, 77 of 99).

Voorbeeld 14.7

4646 is even (46=23+2346 = 23 + 23); 4747 is oneven (bij twee gelijke delen zou je een half voorwerp nodig hebben). Alleen het laatste cijfer telt: 35783\,578 is even, 23412\,341 is oneven.

Even getallen vallen in twee gelijke rijen uiteen; oneven getallen laten er altijd één alleen achter.
Even getallen vallen in twee gelijke rijen uiteen; oneven getallen laten er altijd één alleen achter.

14.4 Oefeningen

Oefening 14.1

Schrijf in cijfers: “tweeduizend driehonderdvijfenveertig”; “zesduizend vijftig”; “negenduizend één”.

Oplossing

Oplossing van Oefening 14.1.

23452\,345; 60506\,050; 90019\,001.

Oefening 14.2

Schrijf in woorden: 12081\,208; 40704\,070; 99999\,999.

Oplossing

Oplossing van Oefening 14.2.

12081\,208: duizend tweehonderdacht. 40704\,070: vierduizend zeventig. 99999\,999: negenduizend negenhonderdnegenennegentig.

Oefening 14.3

In 73827\,382: welk cijfer staat op de plaats van de tientallen? En op die van de duizendtallen? Hoeveel honderdtallen bevat het getal in totaal (pas op: niet alleen het cijfer van de honderdtallen — denk aan Voorbeeld 14.3)?

Oplossing

Oplossing van Oefening 14.3.

Cijfer van de tientallen: 88. Cijfer van de duizendtallen: 77. Aantal honderdtallen in totaal: 7373 (want 7382=737\,382 = 73 honderdtallen +82+ 82, dus 73×100+8273 \times 100 + 82).

Oefening 14.4

Splits zoals in Definitie 14.1: 56315\,631; 20462\,046; 85008\,500.

Oplossing

Oplossing van Oefening 14.4.

5631=55\,631 = 5 duizendtallen +6+ 6 honderdtallen +3+ 3 tientallen +1+ 1 eenheid.

2046=22\,046 = 2 duizendtallen +0+ 0 honderdtallen +4+ 4 tientallen +6+ 6 eenheden.

8500=88\,500 = 8 duizendtallen +5+ 5 honderdtallen.

Oefening 14.5

Neem over en vul in met << of >>:

456  ?  465,1203  ?  989,6090  ?  6009,9999  ?  10000.456 \;?\; 465, \qquad 1\,203 \;?\; 989, \qquad 6\,090 \;?\; 6\,009, \qquad 9\,999 \;?\; 10\,000 .
Oplossing

Oplossing van Oefening 14.5.

456<465456 < 465 (tientallen: 5<65 < 6); 1203>9891\,203 > 989 (vier cijfers verslaan drie); 6090>60096\,090 > 6\,009 (tientallen: 9>09 > 0); 9999<100009\,999 < 10\,000.

Oefening 14.6

Zet op volgorde, van klein naar groot: 530530; 35003\,500; 353353; 50335\,033; 503503.

Oplossing

Oplossing van Oefening 14.6.

353<503<530<3500<5033353 < 503 < 530 < 3\,500 < 5\,033.

Oefening 14.7

Zet op een getallenlijn met streepjes per honderd, van 00 tot 10001\,000, de getallen 150150, 480480, 820820 en 990990 ongeveer op hun plaats.

Oplossing

Oplossing van Oefening 14.7.

150150 ligt halverwege tussen 100100 en 200200; 480480 net voor 500500; 820820 net na 800800; 990990 bijna op 10001\,000.

Oefening 14.8

Even of oneven? 3434; 5757; 7070; 24812\,481; 65486\,548.

Oplossing

Oplossing van Oefening 14.8.

Even: 3434, 7070, 65486\,548 (laatste cijfer 44, 00, 88). Oneven: 5757, 24812\,481 (laatste cijfer 77, 11).

Oefening 14.9

Tel met stappen: vanaf 29702\,970 vijf stappen van 1010; vanaf 860860 vier stappen van 100100; vanaf 99969\,996 vier stappen van 11. Wat valt je aan het einde van de laatste rij op?

Oplossing

Oplossing van Oefening 14.9.

Vanaf 29702\,970: 29802\,980, 29902\,990, 30003\,000, 30103\,010, 30203\,020.

Vanaf 860860: 960960, 10601\,060, 11601\,160, 12601\,260.

Vanaf 99969\,996: 99979\,997, 99989\,998, 99999\,999, 1000010\,000 — de laatste stap komt bij een getal van vijf cijfers uit: precies de grens van dit hoofdstuk!

Oefening 14.10 ★★

Gebruik elk van de cijfers 33, 77, 00, 55 precies één keer en schrijf het grootste getal van vier cijfers, en daarna het kleinste (een getal mag niet met 00 beginnen).

Oplossing

Oplossing van Oefening 14.10.

Grootste: 75307\,530 (cijfers van groot naar klein). Kleinste: 30573\,057 (het kleinste cijfer dat niet 00 is vooraan, dan de rest oplopend — met de 00 direct achter de 33).

Oefening 14.11 ★★

Ik ben een getal van drie cijfers. Mijn cijfers zijn 22, 55 en 88, ik ben even, en ik ben groter dan 800800. Wie ben ik?

Oplossing

Oplossing van Oefening 14.11.

Groter dan 800800: het cijfer van de honderdtallen is 88. Even: het cijfer van de eenheden moet 22 zijn (elk van 22, 55, 88 één keer). Het getal is dus 852852.

Begrippen gedefinieerd in dit hoofdstuk

Bekijk alle 395 begrippen in de begrippenlijst