Dit hoofdstuk voltooit de rekenkunde van breuken: optellen en aftrekken met elkenoemers, vermenigvuldigen, en — de nieuwkomer — delen, wat een vermenigvuldiging in vermomming blijkt te zijn. Tekens uit Hoofdstuk 54 reizen mee.
55.1 Optellen met willekeurige noemers
Methode 55.1(Gemeenschappelijke noemer)
Om ba en dc op te tellen of af te trekken:
vind een gemeenschappelijk veelvoud van b en d (het productb×d werkt altijd; een kleiner spaart werk);
Bereken 65+43. Een gemeenschappelijk veelvoud van 6 en 4 is 12:
65=1210,43=129,65+43=1210+9=1219.
Met tekens: 32−57=1510−1521=−1511.
55.2 Breuken vermenigvuldigen
Stelling 55.3(Product van breuken)
ba×dc=b×da×c.
Waarom, op een plaatje. Neem 43 van 52 van een vierkant: snijd het vierkant in 5 verticale stroken en houd 2; snijd horizontaal in 4 en houd 3 rijen van wat overbleef. Het gehouden deel is een rooster van 3×2 kleine cellen van de 4×5: breuk206. ∎
43×52: het dubbel gearceerde gebied is 3×2=6 cellen van de 4×5=20, d.w.z. 206=103 — tellers vermenigvuldigd, noemers vermenigvuldigd.
Voorbeeld 55.4
Vereenvoudig vóór het vermenigvuldigen, door gemeenschappelijke factoren weg te strepen:
127×149=12×147×9=3×4×2×77×3×3=83
(de factor 7 en één factor 3 vallen weg tussen boven en onder). Met tekens gelden eerst de regels van Stelling 54.1: (−32)×(−45)=+1210=65.
55.3 Breuken delen
Definitie 55.5(Omgekeerde)
Het omgekeerde van een getal x ongelijk aan nul is het getal dat, vermenigvuldigd met x, 1 geeft. Het omgekeerde van ba is ab, want ba×ab=abab=1; het omgekeerde van een geheel getal n is n1.
Stelling 55.6(Delen is vermenigvuldigen met het omgekeerde)
Voor c=0:
ba÷dc=ba×cd.
Bewijs. Per definitie is het quotiëntq van ba door dc het getal met q×dc=ba. Controleer de kandidaat q=ba×cd:
(ba×cd)×dc=ba×(cd×dc)=ba×1=ba.
∎
Voorbeeld 55.7
53÷107=53×710=5×73×10=3530=76.
Een saneiteitscontrole: delen door 107, een getal kleiner dan 1, moet een resultaat groter dan 53 geven — en 76>53 inderdaad (3530>3521).
Voorbeeld 55.8(Breukstrepen in breukstrepen)
Een “dubbeldekker” is gewoon een deling verticaal geschreven:
6532=32÷65=32×56=1512=54.
Zoek eerst de hoofdstreep (de langste), en pas daarna Stelling 55.6 toe.
Methode 55.9(Gemengde berekeningen)
In een uitdrukking die breuken en de vier bewerkingen mengt:
Eerst product: 31+21×54=31+104=3010+3012=3022=1511.
Eerst haakjes: (31+21)×54=65×54=3020=32.
Oefening 55.8★★
Een tank is 52 vol. Men voegt 31van de capaciteit van de tank toe. Welk deel van de tank is nu vol? Welk deel is nog leeg?
Oplossing
Oplossing van Oefening 55.8.
Vol: 52+31=156+155=1511 van de tank. Leeg: 1−1511=154.
Oefening 55.9★★
Driekwart van de leerlingen van een klas slaagde voor een toets; onder hen haalde twee derden meer dan 14 op 20. Welk deel van de klas haalde meer dan 14? Als dat 12 leerlingen voorstelt, hoe groot is de klas?
Oplossing
Oplossing van Oefening 55.9.
Deel met meer dan 14: 32×43=126=21 van de klas. Als dat 12 leerlingen is, heeft de klas 24 leerlingen.
Oefening 55.10★★
Een touw van 215 m moet in stukken van 43 m worden geknipt. Hoeveel stukken krijgt men? (Een deling van breuken — controleer dat het antwoord een geheel getal is.)
Oplossing
Oplossing van Oefening 55.10.
215÷43=215×34=660=10 stukken — een geheel getal, geen touw verspild.
Oefening 55.11★★
Bereken
E=32−65÷910,F=(−21)2×38.
Oplossing
Oplossing van Oefening 55.11.
E: eerst deling: 65÷910=65×109=6045=43; daarna E=32−43=128−129=−121.
F=(−21)2×38=41×38=128=32 (het kwadraat is positief).
Oefening 55.12★★★
Vereenvoudig de uitdrukking
1+1+1+111
(begin bij de binnenste breuk en werk naar buiten, één streep per keer).
Oplossing
Oplossing van Oefening 55.12.
Van binnen naar buiten: 1+1=2; daarna 1+21=23; daarna