Mathematics · Book 1 · Grades 1–9

Wiskunde basisschool en onderbouw

Wiskunde basisschool en onderbouw · Grades 1–9

49Evenredigheid

Jaar 6 leerde evenredigheidstabellen (Hoofdstuk 44); dit hoofdstuk maakt van evenredigheid een volwaardig gereedschap: de kruisregel om een vierde waarde te vinden, percentages, en schalen van kaarten en modellen. Snelheid, de beroemdste evenredigheid van alle, wordt bestudeerd in Hoofdstuk 61.

49.1 Tabellen herkennen en invullen

Definitie 49.1 (Evenredigheidstabel)

Een tabel met twee rijen is een evenredigheidstabel wanneer de getallen van de tweede rij die van de eerste zijn, vermenigvuldigd met één vast getal, de coëfficiënt. Equivalent: alle kolomquotiënten onderboven\frac{\text{onder}}{\text{boven}} zijn gelijk.

Voorbeeld 49.2

boven4410101414
onder6615152121

Quotiënten: 64=1.5\frac64 = 1.5, 1510=1.5\frac{15}{10} = 1.5, 2114=1.5\frac{21}{14} = 1.5: evenredig, coëfficiënt 1.51.5.

Stelling 49.3 (Kruisregel)

In een evenredigheidstabel met kolommen (ab)\begin{pmatrix} a \\ b \end{pmatrix} en (cd)\begin{pmatrix} c \\ d \end{pmatrix} zijn de kruisproducten gelijk:

a×d=b×c.a \times d = b \times c .

Bijgevolg kan de vierde waarde uit de drie andere berekend worden: d=b×cad = \dfrac{b \times c}{a}.

Bewijs. Laat kk de coëfficiënt zijn: b=kab = ka en d=kcd = kc. Dan

a×d=a×kc=k×ac,b×c=ka×c=k×ac:a \times d = a \times kc = k \times ac, \qquad b \times c = ka \times c = k \times ac :

beide kruisproducten zijn k×ack \times ac. Delen van ad=bcad = bc door aa geeft de formule voor dd.

Voorbeeld 49.4 (Vierde evenredige)

Als 77 identieke boeken 2.82.8 kg wegen, hoeveel wegen 1212 zulke boeken? Tabel en kruisregel:

boeken771212
kg2.82.8mm
7×m=2.8×12m=2.8×127=33.67=4.8 kg.7 \times m = 2.8 \times 12 \quad\Longrightarrow\quad m = \frac{2.8 \times 12}{7} = \frac{33.6}{7} = 4.8 \text{ kg}.

Controle via de eenheid: één boek weegt 0.40.4 kg, twaalf wegen 4.84.8 kg.

49.2 Percentages

Methode 49.5 (Percentages toepassen en vinden)

  1. Toepassen van t%t\,\%: vermenigvuldig met t100\frac{t}{100} (12%12\,\% van 350350 is 0.12×350=420.12 \times 350 = 42);
  2. vinden welk percentage een deel voorstelt: bereken deelgeheel\frac{\text{deel}}{\text{geheel}} en herschrijf over 100100 (2121 van de 6060: 2160=35100=35%\frac{21}{60} = \frac{35}{100} = 35\,\%);
  3. vraag altijd: een percentage van wat? Het referentiegeheel telt.

Voorbeeld 49.6

In een school zijn 180180 van de 400400 leerlingen meisjes. Percentage:

180400=180÷4400÷4=45100=45%.\frac{180}{400} = \frac{180 \div 4}{400 \div 4} = \frac{45}{100} = 45\,\% .

Omgekeerd: hoeveel zijn de 55%55\,\% jongens? 0.55×400=2200.55 \times 400 = 220. Controle: 180+220=400180 + 220 = 400.

49.3 Schalen

Definitie 49.7 (Schaal)

Op een kaart of model op schaal 1n\frac{1}{n} (geschreven 1:n1 : n) zijn de afstanden op de kaart evenredig met de echte afstanden, met coëfficiënt 1n\frac1n:

kaartafstand=1n×echte afstand,\text{kaartafstand} = \frac{1}{n} \times \text{echte afstand},

beide gemeten in dezelfde eenheid.

Voorbeeld 49.8

Op een kaart 1:500001 : 50\,000 liggen twee steden 77 cm uit elkaar. Echte afstand:

7×50000=350000 cm=3500 m=3.5 km.7 \times 50\,000 = 350\,000 \text{ cm} = 3\,500 \text{ m} = 3.5 \text{ km}.

Omgekeerd meet een wandeling van 1212 km op de kaart 1212 km =1200000= 1\,200\,000 cm, dus 1200000÷50000=241\,200\,000 \div 50\,000 = 24 cm.

Een schaal is een evenredigheid: kaartafstanden tegen echte afstanden liggen op een rechte lijn door de oorsprong (hier 1 cm  4 km; de stippellijnen lezen 7 cm  28 km).
Een schaal is een evenredigheid: kaartafstanden tegen echte afstanden liggen op een rechte lijn door de oorsprong (hier 11 cm \leftrightarrow 44 km; de stippellijnen lezen 77 cm \leftrightarrow 2828 km).

Opmerking 49.9

Grafieken zijn de snelste test van evenredigheid (Hoofdstuk 44): punten op een rechte lijn door de oorsprong betekenen evenredige grootheden; een lijn die de oorsprong mist (zoals een taxitarief met vast startbedrag) betekent niet evenredig, ook al is het een rechte lijn. Affiene functies, in Hoofdstuk 67, maken dit precies.

49.4 Oefeningen

Oefening 49.1

Welke tabellen zijn evenredigheidstabellen? Geef de coëfficiënt als die bestaat.

33771111
7.57.517.517.527.527.5
225599
6615152828
Oplossing

Oplossing van Oefening 49.1.

Eerste tabel: quotiënten 7.53=2.5\frac{7.5}{3} = 2.5, 17.57=2.5\frac{17.5}{7} = 2.5, 27.511=2.5\frac{27.5}{11} = 2.5: evenredig, coëfficiënt 2.52.5.

Tweede tabel: 62=3\frac62 = 3 en 155=3\frac{15}{5} = 3, maar 2893.1\frac{28}{9} \approx 3.1: niet evenredig.

Oefening 49.2

Vul in met de kruisregel, en schrijf de berekening: 55 kg aardappelen kosten 66 euro; hoeveel kosten 88 kg?

Oplossing

Oplossing van Oefening 49.2.

Met de kruisregel: 5×p=6×85 \times p = 6 \times 8, dus p=485=9.60p = \frac{48}{5} = 9.60 euro.

Oefening 49.3

Een printer print 3636 pagina’s in 33 minuten. Met dezelfde snelheid, hoeveel pagina’s in 55 minuten? Hoe lang voor 9696 pagina’s?

Oplossing

Oplossing van Oefening 49.3.

Tempo: 36÷3=1236 \div 3 = 12 pagina’s per minuut. In 55 minuten: 6060 pagina’s. Voor 9696 pagina’s: 96÷12=896 \div 12 = 8 minuten.

Oefening 49.4

Bereken: 30%30\,\% van 250250; 15%15\,\% van 6060; t%t\,\% zodat t%t\,\% van 8080 gelijk is aan 2020.

Oplossing

Oplossing van Oefening 49.4.

30%30\,\% van 250250: 0.3×250=750.3 \times 250 = 75. 15%15\,\% van 6060: 0.15×60=90.15 \times 60 = 9. t%t\,\% van 8080 is 2020: 2080=25100\frac{20}{80} = \frac{25}{100}, dus t=25t = 25.

Oefening 49.5

Van 2525 schoten scoorde een basketbalspeler 1818. Wat is haar succespercentage? (Herschrijf de breuk over 100100.)

Oplossing

Oplossing van Oefening 49.5.

1825=18×425×4=72100=72%\frac{18}{25} = \frac{18 \times 4}{25 \times 4} = \frac{72}{100} = 72\,\%.

Oefening 49.6

Op een kaart 1:250001 : 25\,000 meet een pad 99 cm. Wat is zijn echte lengte in km? Een meer is 22 km lang: hoe lang is het op de kaart?

Oplossing

Oplossing van Oefening 49.6.

Pad: 9×25000=2250009 \times 25\,000 = 225\,000 cm =2.25= 2.25 km. Meer: 22 km =200000= 200\,000 cm op de grond, dus 200000÷25000=8200\,000 \div 25\,000 = 8 cm op de kaart.

Oefening 49.7

Een modelauto is gebouwd op schaal 1:431 : 43. De echte auto is 4.34.3 m lang. Hoe lang is het model, in cm?

Oplossing

Oplossing van Oefening 49.7.

4.34.3 m =430= 430 cm, en 430÷43=10430 \div 43 = 10 cm.

Oefening 49.8 ★★

Een recept gebruikt 240240 g chocolade voor 88 porties. Aline heeft 300300 g chocolade. Voor hoeveel porties is dat genoeg (geheel aantal porties)?

Oplossing

Oplossing van Oefening 49.8.

Chocolade per portie: 240÷8=30240 \div 8 = 30 g. Met 300300 g: 300÷30=10300 \div 30 = 10 porties exact.

Oefening 49.9 ★★

De prijs van een jas daalt van 8080 naar 6060 euro.

  1. Wat is de korting in euro? In procent van de oorspronkelijke prijs?
  2. Later stijgt de prijs terug van 6060 naar 8080 euro. Leg uit waarom deze stijging niet 25%25\,\% is — bereken het juiste stijgingspercentage.
Oplossing

Oplossing van Oefening 49.9.

1. Korting: 2020 euro, d.w.z. 2080=25%\frac{20}{80} = 25\,\% van de oorspronkelijke prijs.

2. De stijging van 2020 euro wordt nu vergeleken met de nieuwe referentie 6060: 2060=1333%\frac{20}{60} = \frac13 \approx 33\,\%. Een percentage verwijst altijd naar een geheel; het geheel veranderde, dus het percentage ook.

Oefening 49.10 ★★

Twee rijen van een tabel zijn evenredig:

44xx1010
yy10.510.517.517.5

Vind de coëfficiënt, daarna xx en yy.

Oplossing

Oplossing van Oefening 49.10.

Coëfficiënt uit de complete kolom: 17.510=1.75\frac{17.5}{10} = 1.75. Dan y=4×1.75=7y = 4 \times 1.75 = 7 en x=10.51.75=6x = \frac{10.5}{1.75} = 6.

Oefening 49.11 ★★★

Een fotokopieerapparaat verkleint documenten tot 80%80\,\% van hun grootte. Een lijnstuk van 1010 cm wordt gekopieerd, daarna wordt de kopie opnieuw gekopieerd met dezelfde instelling.

  1. Hoe lang is het lijnstuk na één kopie? Na twee?
  2. Waarom is het antwoord na twee kopieën niet 60%60\,\% van het origineel? Welk enkel percentage komt overeen met twee kopieën?
Oplossing

Oplossing van Oefening 49.11.

1. Na één kopie: 10×0.8=810 \times 0.8 = 8 cm. Na twee: 8×0.8=6.48 \times 0.8 = 6.4 cm.

2. De tweede verkleining geldt voor de al verkleinde kopie, niet voor het origineel: de factoren vermenigvuldigen, 0.8×0.8=0.640.8 \times 0.8 = 0.64, dus twee kopieën verkleinen tot 64%64\,\% van het origineel — niet 60%60\,\%.